Ik ben Anna, 35, advocaat in Amsterdam. Getrouwd met Pieter, twee kids, huis in de Jordaan. Buitenstaanders zien perfectie: strak pak, alliance blinkend, lach op kantoor. Maar diep vanbinnen… god, die honger. Donderdagavond, na een late meeting. Ik lieg tegen Pieter: ‘Meisjesavond met collega’s.’ Hart bonkt al als ik de oude kroeg induik, kelderbar bij de wallen. Glauque, bier goedkoop, rook dik.
Daar zit hij. Jules. Groot, zwarte haren, stoppelbaard, groene ogen, scherp gezicht. Trauma in z’n blik, ex-militair, gezien te veel shit. We raken aan de praat via een gemeenschappelijke kennis. Ik praat te veel, zoals altijd. Over werk, huwelijk, hoe saai het is. Hij zwijgt, observeert. ‘Waarom zo mysterieus?’ vraag ik. Hij lacht bitter: ‘Niets te verbergen. Jij wel?’ Mijn kut trekt samen. Alliance voelt zwaar aan mijn vinger, maar z’n hand op tafel… ik wil hem.
De leugen die mijn leven opsplitst
Sindsdien sms’jes. ‘Kom nu.’ Ik riskeer alles. Vandaag weer. Pieter denkt dinner met client. Ik parkeer om de hoek, hartslag in keel. Zijn flatje, state-subsidy hok, een kamer: bed, tafel, douche. Deur dicht, ik tril. ‘Snel,’ zeg ik, ‘moet om 10 thuis zijn.’ Hij duwt me tegen muur, kust hard. Mond nat, tong diep. Ik voel z’n pik hard tegen mijn dij. Mijn slipje nat al.
Hij trekt mijn blouse open, knoopjes vliegen. BH weg, tieten bloot. Zuigt mijn tepels, bijt zacht. ‘Fuck, Anna, je bent geil.’ Ik hijg: ‘Ja, neuk me.’ Maar hij stopt. ‘Kan niet aangeraakt worden.’ Ogen vochtig. Trauma van oorlog, handen die doodden. ‘Maar ik wel jou.’ Duwt me op bed, rok omhoog, slip uit. Mijn kut glimmend, schaamhaar nat. Hij knielt, ademt heet over mijn klit. Tong raakt aan, langzaam. Ik kreun luid. ‘Stil,’ sist hij, ‘buren.’
De wilde neuk in het verborgene
Z’n tong likt mijn lippen, zuigt klit, duwt vingers in. Twee, drie, kromt ze. Ik buk, greep lakens. Hart racet, klok tikt – nog 45 min. ‘Harder,’ smeek ik. Hij gromt, vreet mijn kut als hongerig beest. Tong cirkelt, zuigt, neukt mijn hol. Ik kom bijna, buik trekt samen. ‘Jij eerst,’ zegt hij. Trekt broek uit, pik staat krom, dik, paars hoofd. Ik pak hem, hij schokt. ‘Nee, niet raken!’ Maar ik zuig toch, diep in keel. Zout, hard. Hij kreunt: ‘Godver.’
Hij duwt me neer, hoofd tussen benen. Likken, zuigen, vingers rammen. Mijn sappen overal, bed nat. Ik kom explosief, schreeuw gedempt in kussen. Lichaam schokt, klit pulseert. Hij gaat door, ik hypersensitief. ‘Stop… nee, door!’ Dan hij: gezicht tegen dij, hand op pik. Trekt hard, gromt. Sperma spuit op lakens, hij huilt bijna. ‘Fuck, dat was goed.’
Ik kleed snel, kus hem. ‘Volgende keer?’ ‘Ja.’ Buiten, nachtlucht koud op bezwete huid. Alliance glinstert onder lantaarn. Thuis, Pieter slaapt. Ik douche stiekem, geur van Jules weg. In bed, vingers glijden naar kut, nog nat. Schuld knaagt – ben ik gek? Maar die kick… het geheim. Morgen weer advocaat, vrouw, moeder. Maar ’s avonds? Zijn slet. Hart bonkt nog. Wil meer. Dit dubbele leven… het maakt me alive.