Ik ben Anna, 38, getrouwd met Pieter, een succesvolle manager in Amsterdam. Buitenstaanders zien ons als het perfecte stel: mooi huis in de Jordaan, twee kids op school, ik met mijn baan als consultant bij een groot kantoor. Maar diep vanbinnen… god, wat verveel ik me. Elke dag dezelfde routine: koffie, meetings, thuis koken, neuken op woensdagavond als in een schema. Ik snak naar gevaar, naar dat bonkende hart als ik risico neem. Vandaag was zo’n dag. Ik moest naar een cliënt in het zuiden, regen gutst neer op de A2. Mijn auto hapert, shit. Ik zet hem aan de kant, trek mijn capuchon over mijn hoofd. Alliance glinstert aan mijn vinger, maar ik negeer het. Een oud busje stopt. De chauffeur, Arie, grijs haar, ruwe handen, nomade-type. ‘Stap in, meid, je wordt doornat.’ Zijn stem laag, ogen ondeugend. Ik aarzel. Pieter belt straks, verwacht me thuis om 8. Maar de regen hamert, mijn kut tintelt al bij zijn blik. Ik stap in. ‘Bedankt,’ mompel ik. We kletsen. Hij leeft in dat busje, reist rond. Ik vertel over mijn ‘perfecte’ leven, maar voel de hitte stijgen. Zijn hand raakt per ongeluk mijn knie. Hart bonkt. ‘Je bent mooi,’ zegt hij. Ik bijt op mijn lip. ‘Ik ben getrouwd.’ Maar mijn hand glijdt naar zijn broek. Hard. ‘Rij door,’ fluister ik. Hij slaat een zijweg in, parkeert achter bosjes. Regen slaat op het dak als trommels. Tension bouwt op. Ik kijk op mijn telefoon: Pieter appt ‘Alles oké?’. Ik negeer het. Arie trekt me naar achteren, op het bed. ‘Wil je dit echt?’ Zijn vingers onder mijn rok, nat al. ‘Ja… neuk me snel, voor ik moet gaan.’
Hij scheurt mijn panty kapot, duwt mijn benen wijd. Zijn lul dik, kloppend, springt eruit. ‘Kijk hoe geil je bent.’ Ik kreun als hij erin glijdt, ruw, diep. ‘Fuck, zo strak.’ Ik klamp me vast, nagels in zijn rug. Hart racet, bang dat iemand ziet. Regen maskeert mijn gegil. Hij ramt hard, ballen slaan tegen mijn kont. ‘Je kut zuigt me op, sletje.’ Ik kom al, spuitend, benen trillend. ‘Harder, neuk me kapot!’ Hij draait me om, van achteren, hand op mijn mond. Alliance schaaft over het laken, schuld flitst op – Pieter wacht – maar lust wint. Zijn vingers wrijven mijn klit, ik bijt in de deken. ‘Kom in me, vul me!’ Hij gromt, pompt heet zaad diep. We hijgen, bezweet, stinkend naar seks. ‘Dat was… waanzin,’ hijst hij zich op. Klok: 6:30. Shit, moet weg. Ik trek kleren aan, kut druipend, lippen gezwollen.
De spanning van mijn dubbelleven
Terug op de snelweg, haar warrig, geur van hem aan me. Pieter belt: ‘Waar ben je? Kids vragen naar mama.’ ‘Verkeer, schat, bijna thuis.’ Ik lach nerveus, kut pulseert nog na. Thuis kus ik hem, alliance koud tegen zijn wang. Diner, kids naar bed. In bad was ik zijn sporen weg, maar vingers glijden naar mijn kut, herinnering laait op. Schuld knaagt – wat als hij merkt? – maar fuck, de kick! Morgen weer meetings, brave vrouw. Maar vannacht droom ik van regen, zijn lul, het risico. Dit dubbelleven… het maakt me levend. Ik wil meer. Hart bonkt al bij de gedachte.